Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to freshen
01
verfrissen, vernieuwen
make fresh again
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
freshen
3e persoon enkelvoud
freshens
onvoltooid deelwoord
freshening
onvoltooid verleden tijd
freshened
voltooid deelwoord
freshened
02
zich opfrissen, opfrissen
become or make oneself fresh again
03
verfrissen, opleven
make (to feel) fresh
04
verfrissen, bijvullen
to refill or top up someone's glass with more of the same beverage they were having
Lexicale Boom
freshener
refreshen
freshen
fresh



























