freshen
fre
ˈfrɛ
fre
shen
ʃən
shēn
/fɹˈɛʃən/

Definitie en betekenis van "freshen"in het Engels

to freshen
01

verfrissen, vernieuwen

make fresh again
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
freshen
3e persoon enkelvoud
freshens
onvoltooid deelwoord
freshening
onvoltooid verleden tijd
freshened
voltooid deelwoord
freshened
02

zich opfrissen, opfrissen

become or make oneself fresh again
03

verfrissen, opleven

make (to feel) fresh
04

verfrissen, bijvullen

to refill or top up someone's glass with more of the same beverage they were having
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store