Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Florist
01
bloemist, bloemenverkoper
a person whose job is arranging and selling flowers
Voorbeelden
The florist delivered a large arrangement to celebrate the new baby.
De bloemist leverde een groot arrangement om de nieuwe baby te vieren.
02
bloemist, bloemenwinkel
a store that sells flowers and plants
Voorbeelden
He stopped by the florist on his way home from work to buy a bouquet of roses for his wife.
Hij stopte bij de bloemist op weg naar huis van zijn werk om een bos rozen voor zijn vrouw te kopen.



























