Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to factor
01
ontbinden in factoren, factoriseren
to break down a number or expression into smaller parts that multiply together to produce the original number or expression
Intransitive
Transitive: to factor a number
Voorbeelden
Factoring helps in finding roots of polynomial equations.
Factorisatie helpt bij het vinden van de wortels van polynoomvergelijkingen.
02
meenemen, inbegrijpen
to include something as important when deciding or planning
Transitive: to factor sth into a plan or decision
Voorbeelden
The company factored customer feedback into the product design.
Het bedrijf heeft klantfeedback meegenomen in het productontwerp.
03
een rol spelen, bijdragen
to play a part in causing something or influencing the outcome
Intransitive: to factor into a decision or plan
Voorbeelden
Stress and lack of sleep factored into his poor performance.
Stress en slaapgebrek droegen bij aan zijn slechte prestatie.
Factor
01
genetische factor, genetisch element
a DNA segment involved in producing a polypeptide chain, including coding and noncoding regions
Voorbeelden
Geneticists study factors to understand heredity.
Genetici bestuderen factoren om erfelijkheid te begrijpen.
02
factor, element
one of the things that affects something or contributes to it
Voorbeelden
Economic stability is an important factor for investors when considering where to put their money.
Economische stabiliteit is een belangrijke factor voor investeerders bij het overwegen waar ze hun geld moeten steken.
03
factor, element
an abstract component or constituent part of something
Voorbeelden
Communication is a key factor in teamwork.
Communicatie is een sleutelfactor in teamwork.
04
factor
(mathematics) one of the numbers that another number can be divided by
Voorbeelden
The number 1 and the number itself are always factors of any integer.
Het getal 1 en het getal zelf zijn altijd factoren van elk geheel getal.
05
factor, commissionair
a business agent who buys or sells goods on behalf of another for a commission
Voorbeelden
He worked as a factor in the shipping industry.
Hij werkte als factor in de scheepvaartindustrie.
06
factor, onafhankelijke variabele
an independent variable used in an analysis
Voorbeelden
Each factor was tested for statistical significance.
Elke factor werd getest op statistische significantie.
07
factor, vermenigvuldiger
any number or symbol that multiplies with others to produce a product
Voorbeelden
Prime factorization breaks a number into its factors.
Ontbinding in priemfactoren breekt een getal op in zijn factoren.
Lexicale Boom
factoring
factor



























