Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
american
01
Amerikaans
relating to the United States or its people
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
eigennaam
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
Coca-Cola is a famous American soft drink.
Coca-Cola is een beroemde Amerikaanse frisdrank.
02
Amerikaans
of or relating to or characteristic of the continents and islands of the Americas
American
01
Amerikaan, Amerikaanse
a native or inhabitant of the United States
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
Voorbeelden
Learning American English is essential for his job in New York.
Het leren van Amerikaans Engels is essentieel voor zijn baan in New York.
03
Amerikaan
a person from the United States of America, or a native of the country
Voorbeelden
Many Americans celebrate Thanksgiving with family and friends.
Veel Amerikanen vieren Thanksgiving met familie en vrienden.



























