Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to enjoy
01
genieten, leuk vinden
to take pleasure or find happiness in something or someone
Transitive: to enjoy sth
Voorbeelden
He often enjoys hiking in the mountains during the weekends.
Hij geniet vaak van wandelen in de bergen tijdens de weekends.
02
genieten, beleven
to possess or experience something that brings pleasure, satisfaction, or advantage
Transitive: to enjoy an advantage or benefit
Voorbeelden
Residents of the coastal town enjoy the privilege of stunning ocean views from their homes.
De inwoners van het kustplaatsje genieten van het voorrecht van een adembenemend uitzicht op de oceaan vanuit hun huizen.
Lexicale Boom
enjoyable
enjoyer
enjoyment
enjoy
joy



























