Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
either
01
of
used to introduce two choices or possibilities
Voorbeelden
You can either sit here in the garden, or inside the house.
Je kunt ofwel hier in de tuin zitten, of binnen in het huis.
either
01
een van beide, ofwel de een ofwel de ander
one or the other of two things or people, no matter which
Voorbeelden
For dessert, you can have either flavor of ice cream; both are delicious.
Als dessert kun je beide smaken ijs kiezen; beide zijn heerlijk.
02
elk van de twee
each of two
either
01
ook niet
used after negative statements to indicate a similarity between two situations or feelings
Voorbeelden
She did n’t answer my call, and she did n’t reply to my message either.
Ze nam mijn telefoontje niet op en reageerde ook niet op mijn bericht.
either
01
een van beide, welke dan ook
used to indicate one of two people or things, usually in the context of a choice between the two
Voorbeelden
You can take either of the two buses to get to the airport.
Je kunt een van de twee bussen nemen om naar de luchthaven te gaan.



























