Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
either
01
of
used to introduce two choices or possibilities
Voorbeelden
Either wear a coat, or you'll catch a cold.
Trek een jas aan, of je krijgt het koud.
either
01
een van beide, ofwel de een ofwel de ander
one or the other of two things or people, no matter which
Voorbeelden
You can choose either option for dinner tonight; I'm fine with whatever you decide.
Je kunt een van beide opties kiezen voor vanavond; ik ben goed met wat je ook beslist.
02
elk van de twee
each of two
either
01
ook niet
used after negative statements to indicate a similarity between two situations or feelings
grammaticale informatie
Voorbeelden
He doesn’t like vegetables, and he doesn’t like fruits either.
Hij houdt niet van groenten, en hij houdt ook niet van fruit.
either
01
een van beide, welke dan ook
used to indicate one of two people or things, usually in the context of a choice between the two
Voorbeelden
There are two cafes downtown. We can meet at either.
Er zijn twee cafés in het centrum. We kunnen bij beide afspreken.



























