Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dynamic
Voorbeelden
Despite his age, he maintains a dynamic lifestyle, always seeking new adventures.
Ondanks zijn leeftijd houdt hij een dynamische levensstijl aan, altijd op zoek naar nieuwe avonturen.
02
energiek, dynamisch
marked by forceful action or effectiveness
Voorbeelden
The politician was known for his dynamic campaigns.
De politicus stond bekend om zijn dynamische campagnes.
03
dynamisch, actief
expressing action rather than a state, as in verbs or participial adjectives
Voorbeelden
The sentence contains a dynamic verb describing movement.
De zin bevat een dynamisch werkwoord dat beweging beschrijft.
04
dynamisch, kinetisch
relating to the study of forces and motion
Voorbeelden
The textbook included chapters on dynamic systems.
Het leerboek bevatte hoofdstukken over dynamische systemen.
05
dynamisch, voortdurend veranderend
characterized by continuous and often rapid change or progress
Voorbeelden
Urban life can be very dynamic, with the city landscape constantly evolving and new businesses opening.
Het stadsleven kan zeer dynamisch zijn, met het stadslandschap dat voortdurend evolueert en nieuwe bedrijven die openen.
Dynamic
01
drijvende kracht, motor
a motivating force or factor that stimulates activity or progress
Voorbeelden
Competition serves as a dynamic in the marketplace.
Concurrentie dient als dynamiek op de markt.
Lexicale Boom
dynamite
undynamic
dynamic
dynam



























