Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dupe
01
bedriegen, misleiden
to trick someone into believing something that is not true
Transitive: to dupe sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dupe
3e persoon enkelvoud
dupes
onvoltooid deelwoord
duping
onvoltooid verleden tijd
duped
voltooid deelwoord
duped
Voorbeelden
The scammer duped unsuspecting individuals into giving away their personal information by pretending to be a bank representative.
De oplichter bedroog nietsvermoedende individuen door zich voor te doen als een bankvertegenwoordiger om hun persoonlijke gegevens te verkrijgen.
01
makkelijke prooi, naïeveling
a person who is easily tricked or deceived
afkeurend
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
dupes
Voorbeelden
The salesman saw the elderly couple as easy dupes for his fake insurance plan.
De verkoper zag het oudere echtpaar als makkelijke slachtoffers voor zijn valse verzekeringsplan.
02
een imitatie, een goedkope kopie
a cheaper or imitation version of a designer or high-end product
slang
Voorbeelden
I found a dupe for those expensive shoes online.
Ik heb een namaak gevonden voor die dure schoenen online.



























