Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Drivel
01
kwijl, speeksel
saliva or mucus flowing from the mouth or nose, typically associated with illness or incapacity
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
drivels
Voorbeelden
The child wiped the drivel from his chin with the back of his hand.
Het kind veegde het kwijl van zijn kin met de achterkant van zijn hand.
02
onzin, gezwam
speech or writing that is considered to be silly, trivial, or lacking in sense or substance
Voorbeelden
The politician's speech was nothing but drivel, lacking any substantive policy proposals.
De toespraak van de politicus was niets anders dan onzin, zonder enige substantiële beleidsvoorstellen.
to drivel
01
kwijlen, speeksel laten druipen
let saliva drivel from the mouth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
drivel
3e persoon enkelvoud
drivels
onvoltooid deelwoord
driveling
onvoltooid verleden tijd
driveled
voltooid deelwoord
driveled



























