Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to depend
01
afhangen van, gebaseerd zijn op
to be based on or related with different things that are possible
Transitive: to depend on sth
Voorbeelden
The outcome of the negotiation will depend on the willingness of both parties to find common ground.
Het resultaat van de onderhandeling zal afhangen van de bereidheid van beide partijen om gemeenschappelijke grond te vinden.
02
vertrouwen op, rekenen op
to place trust or reliance on someone or something
Transitive: to depend on sb
Voorbeelden
Students depend on reliable sources of information for accurate research and academic success.
Studenten vertrouwen op betrouwbare informatiebronnen voor nauwkeurig onderzoek en academisch succes.
Lexicale Boom
dependable
dependance
dependant
depend



























