Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to decrease
01
afnemen, verminderen
to become less in amount, size, or degree
Intransitive
Voorbeelden
The noise decreased as the construction work came to an end.
Het lawaai nam af toen de bouwwerkzaamheden ten einde liepen.
02
verminderen, verlagen
to make an amount, size, degree, etc. fewer or smaller
Transitive: to decrease an amount or size
Voorbeelden
She decreased the volume of the music to avoid disturbing the neighbors.
Ze verlaagde het volume van de muziek om de buren niet te storen.
Decrease
01
the quantity or amount by which something is reduced
Voorbeelden
He noted the decrease in stock prices.
02
the act of reducing or making something smaller
Voorbeelden
The company planned a gradual decrease in expenses.



























