crouch
crouch
kraʊʧ
krawch
/kɹˈa‍ʊt‍ʃ/

Definitie en betekenis van "crouch"in het Engels

to crouch
01

hurken, bukken

to sit on one's calves and move the chest close to one's knees
Intransitive: to crouch | to crouch somewhere
to crouch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
crouch
3e persoon enkelvoud
crouches
onvoltooid deelwoord
crouching
onvoltooid verleden tijd
crouched
voltooid deelwoord
crouched
Voorbeelden
The baseball player crouched low, ready to field the ball.
De honkbalspeler hurkte laag, klaar om de bal te vangen.
02

buigen, duiken

to bend the body forward and downward as a sign of respect, submission, or deference
Intransitive
to crouch definition and meaning
Voorbeelden
When meeting the elders, it is polite for younger individuals to crouch slightly.
Bij het ontmoeten van ouderen is het beleefd voor jongere individuen om lichtjes te bukken.
01

hurken, gebogen houding

the action of bending low and drawing the body close to the ground
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
crouches
Voorbeelden
She remained in a crouch while picking up the tools.
Ze bleef in een hurkhouding terwijl ze de gereedschappen oppakte.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store