Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Cowboy
01
cowboy, veehouder
(particularly in the western parts of the US) a male rider who looks after cattle
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
cowboys
Voorbeelden
Working as a cowboy requires a strong knowledge of livestock and ranching.
Werken als een cowboy vereist een sterke kennis van vee en veeteelt.
02
cowboy, roekeloze chauffeur
a person who acts recklessly or irresponsibly, especially while driving
Voorbeelden
She called him a cowboy for ignoring safety rules.
Ze noemde hem een cowboy omdat hij de veiligheidsregels negeerde.
03
cowboy, rodeoartiest
a performer who demonstrates riding, roping, or bulldogging skills
Voorbeelden
She watched a cowboy demonstrate bull riding.
Ze keek hoe een cowboy het stierenrijden demonstreerde.
Lexicale Boom
cowboy
cow
boy



























