Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
cooperative
/kəʊˈɒpərətɪv/
cooperative
01
coöperatief, samenwerkend
marked by mutual assistance or shared effort toward a common goal
Voorbeelden
The cooperative mission required synchronized planning from all departments.
De coöperatieve missie vereiste gesynchroniseerde planning van alle afdelingen.
02
coöperatief, samenwerkend
characterized by a willingness and ability to work harmoniously with others
Voorbeelden
Cooperative neighbors organized a block party together.
Coöperatieve buren organiseerden samen een buurtfeest.
03
coöperatief, coöperatieve
pertaining to an organization jointly owned and operated by its members
Voorbeelden
She works for a cooperative bank focused on community development.
Ze werkt voor een coöperatieve bank die gericht is op gemeenschapsontwikkeling.
Cooperative
01
coöperatie, coöperatieve vereniging
an organization or business that is jointly owned and run by its members
Voorbeelden
The cooperative provides affordable housing options for its members, who share ownership and responsibility for the property.
De coöperatie biedt betaalbare huisvestingsopties voor haar leden, die eigendom en verantwoordelijkheid voor het onroerend goed delen.
Lexicale Boom
cooperativeness
uncooperative
cooperative
operative
operate
oper



























