Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to air-condition
01
airconditionen, uitrusten met een apparaat voor het regelen van de vochtigheid en temperatuur
equip with an apparatus for controlling the humidity and temperature
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
air-condition
3e persoon enkelvoud
air-conditions
onvoltooid deelwoord
air-conditioning
onvoltooid verleden tijd
air-conditioned
voltooid deelwoord
air-conditioned
02
airconditionen, de lucht conditioneren
control the humidity and temperature of



























