to confess
con
kən
kēn
fess
ˈfɛs
fes
professprecessexpressundress

Definitie en betekenis van "confess"in het Engels

to confess
01

bekennen, toegeven

to admit, especially to the police or legal authorities, that one has committed a crime or has done something wrong 
Intransitive: to confess | to confess to an offense
to confess definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
confess
3e persoon enkelvoud
confesses
onvoltooid deelwoord
confessing
onvoltooid verleden tijd
confessed
voltooid deelwoord
confessed
Voorbeelden
The suspect decided to confess to the crime during the police interrogation. 

De verdachte besloot de misdaad te bekennen tijdens het politieverhoor.

02

biechten, bekennen

to admit one's faults and sins in front of a priest 
Transitive: to confess one's sins
to confess definition and meaning
Voorbeelden
The priest listened patiently as she began to confess her struggles. 

De priester luisterde geduldig terwijl ze begon haar worstelingen te belijden.

03

bekennen, toegeven

to admit something, especially when it makes you feel uncomfortable or guilty 
Transitive: to confess that | to confess to sth
Voorbeelden
She confessed that she had broken the vase by accident. 

Ze bekende dat ze per ongeluk de vaas had gebroken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store