Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to compete
01
wedijveren, concurreren
to try to achieve a better result compared to that of other people or things
Intransitive: to compete with a rival | to compete for an achievement
Transitive: to compete to do sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
compete
3e persoon enkelvoud
competes
onvoltooid deelwoord
competing
onvoltooid verleden tijd
competed
voltooid deelwoord
competed
Voorbeelden
Researchers compete to publish their findings in prestigious journals.
Onderzoekers wedijveren om hun bevindingen in prestigieuze tijdschriften te publiceren.
1.1
wedijveren, deelnemen
to join in a contest or game
Intransitive: to compete in a contest
Voorbeelden
Every year, hundreds of athletes compete in the city marathon.
Elk jaar strijden honderden atleten in de stadsmarathon.
Lexicale Boom
competence
competent
competition
compete



























