coin
coin
kɔɪn
koyn
joinloinquoingroin

Definitie en betekenis van "coin"in het Engels

01

munt, muntstuk

a piece of metal, typically round and flat, used as money, issued by governments 
coin definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
coins
Voorbeelden
She found a rare coin from the 19th century while cleaning out her grandfather's attic. 

Ze vond een zeldzame munt uit de 19e eeuw tijdens het opruimen van de zolder van haar grootvader.

02

poen, geld

money, cash, or earnings; often implying decent or respectable pay 
slang
Voorbeelden
That new gig pays some good coin. 

Die nieuwe klus betaalt best goed geld.

to coin
01

bedenken, maken

to create a new word, phrase, or expression 
Transitive: to coin a word or expression
to coin definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
coin
3e persoon enkelvoud
coins
onvoltooid deelwoord
coining
onvoltooid verleden tijd
coined
voltooid deelwoord
coined
Voorbeelden
The scientist coined a term to describe the unique behavior observed in the experiment. 

De wetenschapper bedacht een term om het unieke gedrag dat in het experiment werd waargenomen te beschrijven.

02

munten, slaan

to create coins by stamping or pressing metal into a specific shape and design 
Transitive: to coin money
Voorbeelden
The mint coins new currency every year, using advanced machinery. 

De munt slaat elk jaar nieuwe munten, met behulp van geavanceerde machines.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store