donner
do
ˈdɑ
daa
nner
nɜr
nēr
/dˈɒnə/

Definitie en betekenis van "donner"in het Engels

to donner
01

afrossen, in elkaar slaan

(South African) to beat up or thrash someone
Slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
donner
3e persoon enkelvoud
donners
onvoltooid deelwoord
donnering
onvoltooid verleden tijd
donnered
voltooid deelwoord
donnered
Voorbeelden
Do n't make me donner you, I've had enough.
Laat me niet donner, ik heb genoeg gehad.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store