cinch
cinch
sɪnʧ
sinch
clinchconchchinch

Definitie en betekenis van "cinch"in het Engels

01

een makkie, kinderspel

an extremely easy task or something easily achieved 
goedkeurend
informeel
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
cinches
Voorbeelden
Fixing the minor glitch in the software turned out to be a cinch for the experienced programmer. 

Het oplossen van de kleine storing in de software bleek een makkie te zijn voor de ervaren programmeur.

02

het cinch-spel, het kaartspel cinch

a card game variation, played with four players, in which participants bid for the privilege of naming the trump suit 
Voorbeelden
They spent the afternoon playing cinch with friends. 

Ze brachten de middag door met het spelen van cinch met vrienden.

03

singel, buikriem

a strap or band, usually around a horse's belly, used to secure the saddle in place 
Voorbeelden
The rider tightened the cinch before mounting the horse. 

De ruiter trok de singel aan voordat hij op het paard steeg.

04

een zekerheid, een makkie

something that will surely happen 
Dialectamerican flagAmerican
Voorbeelden
Winning the championship was a cinch after their outstanding performance all season. 

Het kampioenschap winnen was een makkie na hun uitstekende prestaties het hele seizoen.

to cinch
01

beheersen, controleren

to gain mastery or a firm grasp over something 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
cinch
3e persoon enkelvoud
cinches
onvoltooid deelwoord
cinching
onvoltooid verleden tijd
cinched
voltooid deelwoord
cinched
Voorbeelden
She cinched the concept quickly after reviewing the notes. 

Ze beheerste het concept snel na het doornemen van de aantekeningen.

02

zeker stellen, garanderen

to secure, guarantee, or make certain of something 
Voorbeelden
She cinched her place in the competition with a flawless performance. 

Ze verzekerde haar plaats in de competitie met een foutloze prestatie.

03

vastbinden, aanspannen

to fasten or secure by tying a strap or girth, typically around a saddle or similar object 
Voorbeelden
The cowboy cinches the saddle tightly before mounting the horse. 

De cowboy spant het zadel stevig vast voordat hij op het paard stijgt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store