Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Afghan
01
Afghaan, Afghaanse
someone who is a native or citizen of Afghanistan
02
Afghaans gewaad, Afghaans kledingstuk
a loose, long-sleeved robe-like garment that is traditionally worn by men in Afghanistan
03
Afghaans, Pasjtoe
an Iranian language spoken in Afghanistan and Pakistan; the official language of Afghanistan
04
Afghaanse windhond, Afghaan
tall graceful breed of hound with a long silky coat; native to the Near East
afghan
01
Afghaans, Afghaanse
belonging or relating to Afghanistan, or its people
Voorbeelden
My neighbor is an Afghan doctor who recently moved here.
Mijn buurman is een Afghaanse dokter die hier recentelijk is komen wonen.
Afghan
01
een afghaan, een kleurrijke handgemaakte deken
a cozy and typically colorful knitted or crocheted blanket or throw, often handmade
Voorbeelden
They spread an afghan on the picnic table for a comfortable outdoor lunch.
Ze spreidden een Afghaanse deken uit op de picknicktafel voor een comfortabele lunch in de buitenlucht.



























