to chew up
Pronunciation
/tʃjˈuː ˈʌp/

Definitie en betekenis van "chew up"in het Engels

to chew up
[phrase form: chew]
01

afbranden, er van langs geven

to express strong disapproval or anger toward someone
to chew up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
chew
tegenwoordige tijd
chew up
3e persoon enkelvoud
chews up
onvoltooid deelwoord
chewing up
onvoltooid verleden tijd
chewed up
voltooid deelwoord
chewed up
Voorbeelden
Why did she have to chew up the entire team during the meeting?
Waarom moest ze het hele team tijdens de vergadering afbranden?
02

kauwen, vermalen

to bite repeatedly until something becomes soft and mushy
Voorbeelden
He likes to chew his gum up quickly.
Hij houdt ervan om zijn kauwgom snel op te kauwen.
03

vernietigen, verpletteren

to defeat someone or something completely
Voorbeelden
The talented striker can chew up defenses with his goal-scoring abilities.
De getalenteerde spits kan verdedigingslinies vernietigen met zijn doelpuntenmakende vaardigheden.
04

vermalen, verscheuren

to destroy by tearing into small pieces
Voorbeelden
The industrial shredder can chew up large stacks of paper in no time.
De industriële versnipperaar kan in een oogwenk grote stapels papier versnipperen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store