Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to change over
[phrase form: change]
01
afwisselen, overnemen
to replace a person in performing a task, typically at a specified time
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
over
basiswerkwoord
change
tegenwoordige tijd
change over
3e persoon enkelvoud
changes over
onvoltooid deelwoord
changing over
onvoltooid verleden tijd
changed over
voltooid deelwoord
changed over
Voorbeelden
As the captain, I 'll take the first half, and then we 'll change over so you can lead the team in the second half.
Als aanvoerder neem ik de eerste helft, en dan wisselen we zodat jij het team in de tweede helft kunt leiden.
02
overstappen op, veranderen naar
to shift from one system, state, item, etc. to another
Intransitive: to change over to a new system or state
Voorbeelden
The airline announced plans to change over to a paperless ticketing system.
De luchtvaartmaatschappij kondigde plannen aan om over te schakelen op een papierenloos ticketsysteem.



























