bunk
Pronunciation
/bʌŋk/

Definitie en betekenis van "bunk"in het Engels

01

stapelbed, hoogslaper

beds built one above the other
bunk definition and meaning
02

voederbak, trog

a long trough for feeding cattle
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
bunks
03

kooi, stapelbed

a narrow bed, often stacked in tiers, used in ships, trains, or other confined spaces
Voorbeelden
The bunk had a safety rail for security.
De kooi had een veiligheidsrail voor de veiligheid.
04

kampbed, ruwe bed

a rough bed (as at a campsite)
05

onzin, leugen

unacceptable behavior (especially ludicrously false statements)
06

onzin, onzinnige boodschap

a message that seems to convey no meaning
to bunk
01

er vandoor gaan, op de loop gaan

flee; take to one's heels; cut and run
to bunk definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bunk
3e persoon enkelvoud
bunks
onvoltooid deelwoord
bunking
onvoltooid verleden tijd
bunked
voltooid deelwoord
bunked
02

voorzien van een stapelbed, een stapelbed installeren

provide with a bunk
03

ontwijken, betalen vermijden

avoid paying
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store