Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Bridegroom
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
bridegrooms
Voorbeelden
The bridegroom was nervous but excited as he waited at the altar.
De bruidegom was nerveus maar opgewonden terwijl hij bij het altaar wachtte.
02
bruidegom, pasgetrouwde man
a man who has recently married
Voorbeelden
The bridegroom celebrated with his family after the wedding.
De bruidegom vierde met zijn familie na de bruiloft.
Lexicale Boom
bridegroom
bride
groom



























