Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
one day
01
op een dag, ooit
a time in the future, often implying hope or an uncertain expectation that something will happen at some point
Voorbeelden
I never expected that one day I'd be living in this city.
Ik had nooit verwacht dat ik ooit in deze stad zou wonen.
1.1
op een dag, eens
an unspecified or indeterminate time in the past, often used to introduce a past event or experience
Voorbeelden
She just left without a word one day, and I never saw her again.
Ze ging gewoon weg zonder een woord op een dag, en ik heb haar nooit meer gezien.



























