to have got on
Pronunciation
/hæv ɡɑːt ˈɑːn/

Definitie en betekenis van "have got on"in het Engels

to have got on
01

dragen, aanhebben

to be wearing a particular item or style of clothing
Dialectbritish flagBritish
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
have got
tegenwoordige tijd
have got on
3e persoon enkelvoud
has got on
onvoltooid deelwoord
having got on
onvoltooid verleden tijd
had got on
voltooid deelwoord
had got on
Voorbeelden
They ’ve got matching shirts on for the event.
Ze hebben bijpassende shirts aan voor het evenement.
02

plannen hebben, verplichtingen hebben

to have plans or commitments for a particular time or day
Dialectbritish flagBritish
Voorbeelden
He ’s busy this weekend; he ’s got a family event on.
Hij is dit weekend druk; hij heeft een familie-evenement staan.
03

aan hebben staan, in werking hebben

to have a machine or device turned on and working
Dialectbritish flagBritish
Voorbeelden
They have got the radio on all day.
Ze hebben de radio de hele dag aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store