Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to run off with
[phrase form: run]
01
ervandoor gaan met, stelen en vluchten
to steal something and leave quickly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off with
basiswerkwoord
run
tegenwoordige tijd
run off with
3e persoon enkelvoud
runs off with
onvoltooid deelwoord
running off with
onvoltooid verleden tijd
ran off with
voltooid deelwoord
run off with
Voorbeelden
He ran off with the company ’s money and disappeared.
Hij is er met het geld van het bedrijf vandoor gegaan en verdwenen.



























