Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to get on with
[phrase form: get]
01
verdergaan, doorgaan
to continue doing something, especially after being interrupted
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on with
basiswerkwoord
get
tegenwoordige tijd
get on with
3e persoon enkelvoud
gets on with
onvoltooid deelwoord
getting on with
onvoltooid verleden tijd
got on with
voltooid deelwoord
got on with
Voorbeelden
He needs to get on with his studies if he wants to pass the exam.
Hij moet verdergaan met zijn studie als hij het examen wil halen.
02
goed kunnen opschieten met, een goede relatie hebben met
to have a good relationship with someone
Dialect
British
Voorbeelden
They get on with each other like a house on fire.
Ze kunnen goed met elkaar overweg als een huis in brand.



























