Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tag out
01
een tag maken, de stok doorgeven
(of a professional wrestler) to touch one's partner so the partner can enter the ring and take over the match
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
tag
tegenwoordige tijd
tag out
3e persoon enkelvoud
tags out
onvoltooid deelwoord
tagging out
onvoltooid verleden tijd
tagged out
voltooid deelwoord
tagged out
Voorbeelden
In a tag team match, wrestlers can tag out by touching their partner's hand, signaling the switch.
In een tag team-wedstrijd kunnen worstelaars uitwisselen door de hand van hun partner aan te raken, wat de wissel aangeeft.
02
uitmaken door aan te raken, aanraken om uit te maken
(in baseball) to touch a runner with the ball to get them out
Voorbeelden
The catcher tagged him out at home plate.
De vanger tagde hem uit bij home plate.



























