onboard
on
ˈɑn
aan
board
ˌbɔrd
bawrd
/ˈɒnbɔːd/

Definitie en betekenis van "onboard"in het Engels

to onboard
01

integreren, inwerken

to integrate and familiarize a new employee or user with a system or organization
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
onboard
3e persoon enkelvoud
onboards
onvoltooid deelwoord
onboarding
onvoltooid verleden tijd
onboarded
voltooid deelwoord
onboarded
Voorbeelden
The HR team is currently onboarding five interns for the summer program.
Het HR-team is momenteel vijf stagiairs aan het onboarden voor het zomerprogramma.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store