one pair
one
wʌn
van
pair
peə
pe

Definitie en betekenis van "one pair"in het Engels

01

een paar, een hand met een paar

a hand consisting of two cards of the same rank, such as two Jacks 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
pairs
Voorbeelden
She won the hand with one pair of aces, beating everyone else at the table. 

Ze won de hand met een paar azen, waarbij ze alle anderen aan tafel versloeg.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store