Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Boogie
01
boogie, boogie-woogie
an instrumental version of blues with a fast strong beat, played on the piano
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
boogies
to boogie
01
energiek dansen, bewegen op de maat van rhythm-and-blues- of rock-and-rollmuziek
to dance energetically, especially to rhythm and blues or rock and roll music
informeel
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
boogie
3e persoon enkelvoud
boogies
onvoltooid deelwoord
boogying
onvoltooid verleden tijd
boogied
voltooid deelwoord
boogied
Voorbeelden
She loves to boogie on the dance floor whenever her favorite song comes on.
Ze houdt ervan om op de dansvloer te boogien wanneer haar favoriete nummer wordt gedraaid.
02
er vandoor gaan, opkrassen
to leave quickly or depart, often in a lively or energetic manner
Voorbeelden
We better boogie before the place gets too crowded!
We kunnen beter opdonderen voordat de plek te druk wordt!



























