to  have  enough of  somebody or something
have
hæv
hāv
enough
ɪnʌf
inaf
of
ɒv
ov
somebody or something
[have] enough

Definitie en betekenis van "have enough of somebody or something "in het Engels

to have enough of somebody or something
01

genoeg hebben van iemand/iets, het zat zijn met iemand/iets

to no longer have the tolerance to endure more of something 
to [have] enough of {sb/sth} definition and meaning
afkeurend
idioom
informeel
Voorbeelden
I'm having enough of his constant complaints. 

Ik heb genoeg van zijn voortdurende klachten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store