Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to read off
01
voorlezen, opsommen
to read items from a list
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
read
tegenwoordige tijd
read off
3e persoon enkelvoud
reads off
onvoltooid deelwoord
reading off
onvoltooid verleden tijd
read off
voltooid deelwoord
read off
Voorbeelden
The teacher asked each student to read off their favorite book from a list.
De leraar vroeg elke leerling om zijn favoriete boek van een lijst voor te lezen.
02
voorlezen, aankondigen
to announce information from a written or visual source
Voorbeelden
Can you read off the measurements from the ruler?
Kunt u de metingen van de liniaal aflezen?
03
streng berispen, scherp terechtwijzen
to deliver a sharp verbal reprimand
slang
Voorbeelden
The sergeant read him off for being late.
De sergeant berispte hem omdat hij te laat was.



























