Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pack off
[phrase form: pack]
01
er snel vandoor gaan, haastig vertrekken
to go somewhere, especially in a hurry or with little preparation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
pack
tegenwoordige tijd
pack off
3e persoon enkelvoud
packs off
onvoltooid deelwoord
packing off
onvoltooid verleden tijd
packed off
voltooid deelwoord
packed off
Voorbeelden
They got a tip about a secret sale and packed off to the mall immediately.
Ze kregen een tip over een geheime verkoop en vertrokken meteen naar het winkelcentrum.
02
verzenden, plotseling wegsturen
to send someone or something somewhere, especially suddenly or without much preparation
Voorbeelden
She packed off the kids to their grandparents' house for the summer.
Ze stuurde de kinderen naar het huis van hun grootouders voor de zomer.



























