Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to run past
[phrase form: run]
01
voorleggen, delen
to present an idea or proposal to someone with the intention of getting their opinion or approval
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
past
basiswerkwoord
run
tegenwoordige tijd
run past
3e persoon enkelvoud
runs past
onvoltooid deelwoord
running past
onvoltooid verleden tijd
ran past
voltooid deelwoord
run past
Voorbeelden
Before finalizing the budget, it's a good idea to run the numbers past the finance department.
Voordat de begroting definitief wordt, is het een goed idee om de cijfers voor te leggen aan de financiële afdeling.



























