Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to run in
[phrase form: run]
01
aanhouden, arresteren
to take someone suspected of a crime or violation into custody, typically by law enforcement
informal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
in
basiswerkwoord
run
tegenwoordige tijd
run in
3e persoon enkelvoud
runs in
onvoltooid deelwoord
running in
onvoltooid verleden tijd
ran in
voltooid deelwoord
run in
Voorbeelden
They had to run in the shoplifter caught stealing from the store.
Ze moesten de winkeldief die betrapt werd op stelen uit de winkel aanhouden.
02
inrijden, langzaam gebruiken aan het begin
to use the machinery slowly at the start to make sure it works properly
Voorbeelden
The mechanic recommended running in the generator for a few hours to avoid any issues.
De monteur raadde aan om de generator een paar uur in te lopen om problemen te voorkomen.



























