Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fall on
[phrase form: fall]
01
vallen op, ondergaan
to experience a particular situation or outcome
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
fall
tegenwoordige tijd
fall on
3e persoon enkelvoud
falls on
onvoltooid deelwoord
falling on
onvoltooid verleden tijd
fell on
voltooid deelwoord
fallen on
Voorbeelden
The unexpected loss of a key client caused the company to fall on challenging times.
Het onverwachte verlies van een belangrijke cliënt zorgde ervoor dat het bedrijf in moeilijke tijden terechtkwam.
02
toevallen aan, neerkomen op
to be assigned to a new responsibility
Voorbeelden
The unexpected challenge required quick action, and the responsibility fell on the shoulders of the department head.
De onverwachte uitdaging vereiste snelle actie, en de verantwoordelijkheid viel op de schouders van de afdelingshoofd.



























