Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to hear of
01
horen van, vernemen van
to know about somebody or something because one has received information or news about them
Transitive: to hear of a person or information
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
of
basiswerkwoord
hear
tegenwoordige tijd
hear of
3e persoon enkelvoud
hears of
onvoltooid deelwoord
hearing of
onvoltooid verleden tijd
heard of
voltooid deelwoord
heard of
Voorbeelden
Have you heard of the recent company merger? It's making headlines.
Heb je gehoord van de recente fusie van bedrijven? Het staat in de krantenkoppen.
02
horen van, tolereren
(usually negative) to allow or tolerate something one typically disagrees with or believes to be unacceptable
Transitive: to hear of sth
Voorbeelden
I won't hear of you dropping out of school. You need to finish your education.
Ik wil niet horen dat je met school stopt. Je moet je opleiding afmaken.



























