to agree with
Pronunciation
/ɐɡɹˈiː wɪð/

Definitie en betekenis van "agree with"in het Engels

to agree with
[phrase form: agree]
01

het eens zijn met, goedkeuren

to believe that something is morally right or acceptable
Transitive: to agree with sth
to agree with definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
agree
tegenwoordige tijd
agree with
3e persoon enkelvoud
agrees with
onvoltooid deelwoord
agreeing with
onvoltooid verleden tijd
agreed with
voltooid deelwoord
agreed with
Voorbeelden
He strongly agrees with supporting local businesses to help the community.
Hij is het sterk eens met het ondersteunen van lokale bedrijven om de gemeenschap te helpen.
02

overeenkomen met, verdragen worden door

(of food) to not cause illness or physical discomfort
Transitive: to agree with sb/sth
Voorbeelden
Seafood often does n't agree with him, and he experiences allergies.
Zeevruchten vallen hem vaak niet goed, en hij krijgt allergieën.
03

overeenkomen met, harmoniëren met

(of an adjective, verb, or pronoun) to match another word in terms of number, gender, or case, making the sentence grammatically correct
Transitive: to agree with sth
Voorbeelden
" They " agrees with the pronoun " people " in the sentence, " They are kind-hearted. "
Komt overeen met het voornaamwoord "mensen" in de zin, "Ze zijn goedhartig".
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store