to walk into
walk
ˈwɔ:k
vawk
in
ɪn
in
to
tu:
too

Definitie en betekenis van "walk into"in het Engels

to walk into
01

verzeilen in, zich bevinden in

to become involved in something unpleasant because of carelessness or ignorance 
Transitive: to walk into an undesirable situation
to walk into definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
into
basiswerkwoord
walk
tegenwoordige tijd
walk into
3e persoon enkelvoud
walks into
onvoltooid deelwoord
walking into
onvoltooid verleden tijd
walked into
voltooid deelwoord
walked into
Voorbeelden
She walked into a heated argument without knowing what it was about. 

Ze liep een verhitte discussie in zonder te weten waar het over ging.

02

tegenaan lopen, botsen tegen

to accidentally crash into an object 
Transitive: to walk into sb/sth
Voorbeelden
The child walked into the chair and started crying. 

Het kind liep tegen de stoel aan en begon te huilen.

03

makkelijk verkrijgen, onverdiend binnenhalen

to easily get a job or position, particularly undeservedly 
Transitive: to walk into a position
Voorbeelden
She walked into the opportunity without demonstrating her competence. 

Ze liep zomaar de kans binnen zonder haar competentie te tonen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store