Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bear with
[phrase form: bear]
01
verdragen, tolereren
to tolerate a situation or person
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
bear
tegenwoordige tijd
bear with
3e persoon enkelvoud
bears with
onvoltooid deelwoord
bearing with
onvoltooid verleden tijd
bore with
voltooid deelwoord
borne with
Voorbeelden
She 's been bearing with the stress of the upcoming exams remarkably well.
Ze heeft de stress van de komende examens opmerkelijk goed verdragen.



























