its
its
ɪts
its
ritzditzblitzglitz

Definitie en betekenis van "its"in het Engels

01

zijn, haar

(third-person singular possessive determiner) of or belonging to a thing or an animal or child of unknown sex 
its definition and meaning
Voorbeelden
The tree shed its leaves in the autumn. 

De boom verloor zijn bladeren in de herfst.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store