Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to point to
[phrase form: point]
01
wijzen op, suggereren
to suggest that something is true or is the case
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
to
basiswerkwoord
point
tegenwoordige tijd
point to
3e persoon enkelvoud
points to
onvoltooid deelwoord
pointing to
onvoltooid verleden tijd
pointed to
voltooid deelwoord
pointed to
Voorbeelden
The sudden drop in temperatures points to a harsh winter ahead.
De plotselinge daling van de temperaturen wijst op een strenge winter die voor ons ligt.
02
wijzen naar, aanwijzen
to physically gesture toward something or someone using one's finger or another object
Voorbeelden
When asked where the exit was, the guard pointed to the left.
Toen hem werd gevraagd waar de uitgang was, wees de bewaker naar links.



























