Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to have against
[phrase form: have]
01
tegen hebben, wrok koesteren
to hold a negative opinion or feeling about someone or something, typically based on past experiences or personal preferences
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
against
basiswerkwoord
have
tegenwoordige tijd
have against
3e persoon enkelvoud
has against
onvoltooid deelwoord
having against
onvoltooid verleden tijd
had against
voltooid deelwoord
had against
Voorbeelden
What does he have against the idea of a team outing?
Wat heeft hij tegen het idee van een teamuitje ?



























