Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to grow into
01
uitgroeien tot, ontwikkelen tot
to develop gradually and become a particular type of person or thing
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
into
basiswerkwoord
grow
tegenwoordige tijd
grow into
3e persoon enkelvoud
grows into
onvoltooid deelwoord
growing into
onvoltooid verleden tijd
grew into
voltooid deelwoord
grown into
02
erin groeien, passend worden door te groeien
(of a child) to become big enough to fit clothing that was previously too large
Voorbeelden
The jacket is large, but she will grow into it soon.
De jas is groot, maar ze zal er snel in groeien.



























