Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
could
01
kon, konden
used as the past tense of ‘can’
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
can
3e persoon enkelvoud
can
onvoltooid deelwoord
being able to
onvoltooid verleden tijd
could
voltooid deelwoord
been able to
Voorbeelden
When I was younger, I could run faster.
Toen ik jonger was, kon ik sneller rennen.
02
Zou je, Zou u
used to ask if one can do something
Transitive
Voorbeelden
Could you please pass me the salt?
Zou u me alstublieft het zout kunnen aangeven?
03
zou kunnen, kon
used to show the possibility of something happening or being the case
Transitive
04
zou kunnen, zou kunnen
used to present an offer or recommendation
Transitive



























