Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to zap
01
vernietigen, verwoesten
to attack or destroy, especially with a sudden force or energy
Transitive: to zap sth
Voorbeelden
The arcade game required players to zap alien spaceships for points.
Het arcadespel vereiste dat spelers buitenaardse ruimteschepen vernietigden voor punten.
02
opwarmen, in de magnetron koken
to heat or cook food quickly using a microwave oven
Transitive: to zap food
Voorbeelden
She likes to zap a bowl of oatmeal in the morning for a fast and nutritious breakfast.
Ze vindt het lekker om 's ochtends een kom havermout in de magnetron te verwarmen voor een snelle en voedzame ontbijt.
03
uitschakelen, neermaaien
to kill someone or something with a burst of gunfire, electric current, or as if by shooting
Transitive: to zap a living being
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
zap
3e persoon enkelvoud
zaps
onvoltooid deelwoord
zapping
onvoltooid verleden tijd
zapped
voltooid deelwoord
zapped
Voorbeelden
The sci-fi movie featured aliens with powerful weapons that could zap their enemies from a distance.
De sciencefictionfilm toonde aliens met krachtige wapens die hun vijanden op afstand konden vernietigen.
04
zappen, snel van kanaal wisselen
to rapidly change the channels on a television using a remote control
Intransitive
Voorbeelden
I zapped past the news channels as I wanted to watch a movie instead.
Ik zapte langs de nieuwskanalen omdat ik in plaats daarvan een film wilde kijken.
01
schok, energie-uitbarsting
a sudden, energetic, or striking event, often causing excitement or a dramatic effect
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
zaps
Voorbeelden
The movie 's plot twist delivered a zap to the audience.
De plotwending van de film gaf het publiek een schok.
01
zap, pats
used to represent the sound of a sudden electrical discharge, a quick impact, or a sharp, high-pitched noise
Voorbeelden
The lightning struck the tree with a loud zap, splitting it in two.
De bliksem sloeg in de boom met een luide zap, waardoor deze in tweeën splitste.
Lexicale Boom
zapper
zap



























