Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to write down
[phrase form: write]
01
opschrijven, noteren
to record something on a piece of paper by writing
Transitive: to write down sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
down
basiswerkwoord
write
tegenwoordige tijd
write down
3e persoon enkelvoud
writes down
onvoltooid deelwoord
writing down
onvoltooid verleden tijd
wrote down
voltooid deelwoord
written down
Voorbeelden
The journalist quickly wrote the breaking news down in her notebook.
De journalist schreef het laatste nieuws snel op in haar notitieboekje.
02
afschrijven, waardevermindering
to lower the assessed value or worth of something
Transitive: to write down worth of something
Voorbeelden
The homeowner decided to write down the property's value for tax purposes.
De huiseigenaar besloot de waarde van het onroerend goed voor belastingdoeleinden te verlagen.



























